Information about Dirty Pages in English
Nickname   Wachtwoord 
Special Mountain Mayhem

 27-06-2007   22:15

Team Kona - Dirty Pages rijder Bas de Bruin heeft afgelopen weekend aan deelgenomen aan de Mountain Mayhem 24 uurs race in Engeland. Bas was uitgenodigd door Kona UK om hun team aan te vullen in de strijd om de Mountain Mayhem, en met Mayhem hebben ze zeker niets overdreven. Lees hieronder de ervaringen van Bas:

In Houffalize, na waarschijnlijk mijn beste race van dit jaar, werd ik door Kona UK uitgenodigd om mee te doen aan een 24 uurs race, de grootste van de UK met 600 teams van 4 personen plus nog zo’n 10.000 toeschouwers. Toen ik gevraagd werd, zei ik natuurlijk meteen ja, met vier personen 24 uur racen, das maar zes uur per persoon, en dus eigenlijk maar drie uur per dag. How hard can it be, right? Dat zou ik nog uit gaan vinden...

Op vrijdagavond vertrok ik met het vliegtuig naar Bristol, waar John, de teammanager van Kona UK me op zou halen. Gelukkig kreeg Easyjet het voor elkaar om een uur vertraging te behalen op een vlucht van 55 minuten... Om half 1 lag ik uiteindelijk op bed, temidden van een aanzienlijke verzameling Kona’s, allemaal uitgerust met een PowerTap naaf (John was ook nog importeur van PowerTap en had dus een uitzonderlijke hoeveelheid hele dure naafjes rondslingeren).

Zaterdagochtend zeven uur: te weinig geslapen, maar met veel zin in wat zou komen gingen we onderweg naar Ledbury, een ritje van zo’n anderhalf uur door de west-Engelse heuvels. Onderweg stopten we nog voor een criterium: John en James (die we onderweg opgepikt hadden) deden mee aan een competitie op districtsniveau. Het parcours was uitgezet op de landingsbanen van een militair complex en het Elite/Amateur startveld bestond uit 12 man en 1 dame... een beetje anders dan hier dus. James won en John werd zesde, dus het eerste succes was al behaald die dag.

Door het slechte weer onderweg duurde de rest van de reis wat langer dan gepland en groeide bij mij ook het besef dat het wel eens een zwaar parcours zou kunnen worden. Toen John vroeg wat ik verwachtte van de race en ik vertelde over mijn “it’s only three hours a day”-idee werd ik door zowel John als James hartelijk uitgelachen – volgens John was het meer alsof je 6x een tijdrit deed van een uur, maar dan zonder slaap. Zo had ik het nog niet bekeken en het geheel begon al wat minder aantrekkelijk te klinken.



Toen we aankwamen op het aanzienlijk grote wedstrijdterrein werd ik voorgesteld aan mijn team, Torq-Kona, en de baas en bazin van Torq, Matt en Sasha, die mij gedurende het hele weekend van eten, drinken en mentale support zouden voorzien. Het team was vorig jaar als 5e gefinished en dit jaar was het podium het doel. Omdat ik wat laat op het terrein aanwezig was mocht ik als laatste starten, mijn andere teammaten (Richard, Ross en Marcus, een Braziliaan) zouden respectievelijk als eerste, tweede en derde starten. De nummer 1 had nog een extraatje te verwerken: de race startte met een Le Mans-start-deluxe, een ronde van een goede kilometer met een stevige heuvel er in – superlekker om je 24 uur mee te beginnen, toch?

Tegen de tijd dat ik aan de beurt was had het al geregend en was het al weer aan het opdrogen. Marcus had 43 minuten nodig voor zijn eerste ronde waardoor we al wat aansluiting waren verloren met de voorste vijf overall. Het wisselen gaat vrij simpel: eerst ren je door een timing-tent heen, en daarna ren je door naar een hek waarachter je partner staat te wachten. Je geeft een bandje over, je partner rent naar zijn fiets, rent door naar het parcours en gaat het grote plezier tegemoet.



Het eerste rondje ging, zoals verwacht, probleemloos. Flink doorhalen op de 44, links en rechts mensen inhalend (het is vrij onwaarschijnlijk hoeveel trage Britten er mee deden – alsof je iedereen die aan de Sinterklaastoertocht in Voorschoten mee doet een startnummer op spelt en ze op een wedstrijdparcours neerzet). Groot was mijn verbazing toen ik in een afdaling iemand op een eenwieler inhaalde – die op zijn beurt ook mensen op gewone fietsen aan het inhalen was! Anyway, deze ronde, waarvoor ik nog een degelijke warming-up had gedaan en zelfs een cooling down, verliep vrij probleemloos. Er zat een flinke klim in het parcours die ik niet zonder meer op het buitenblad op kwam, maar alles verliep prima en ik keek uit naar mijn volgende shift. Mijn rondetijd was net onder de 40 minuten.

Tegen negen uur ‘s avonds mocht ik weer aan de bak. Ik had een lampje geleend van iemand van het Torq team, omdat we nu twee rondes zouden gaan rijden en het te verwachten was dat mijn tweede ronde in het donker zou zijn, in ieder geval op de singletrackjes in het bos. Ik ging weer erg goed: de eerste ronde van deze shift was mijn snelste van de race, de tweede was ook niet slecht, zeker niet gezien ik wat moeite had met het aanzetten van het lampje en ik de eerste singletracks dus in het donker moest doen. Ook de grote hoeveelheid trage achterblijvers maakten het geheel er niet beter op. Met een goed gevoel, maar wel verlangend naar wat eten en wat rust kon ik na 1:19 het polsbandje overgeven aan Richard.

Ik reed een stukje uit en probeerde wat te eten, maar om tien uur ‘s avonds is dat niet zo heel gemakkelijk meer. Toch maar gepropt wat ik kon, mijn fiets wat schoongemaakt en vervolgens ben ik in mijn tentje gaan liggen. Echt slapen kwam er niet van: je kan ook moeilijk verwachten dat je slaapt binnen een half uur na het finishen van een wedstrijd natuurlijk.



Toen ik ‘s nachts mijn tentje uit strompelde, na misschien een uurtje versnipperde slaap, voelde ik al dat het heel, heel zwaar zou gaan worden. Een wedstrijd rijden was wel het laatste waar ik zin in had – sterker nog, alles anders dan slapen klonk niet echt aantrekkelijk. Matt, de Torq-eigenaar, zag dat ik er weinig zin in had en besloot om een bak stevige koffie te maken. Deze caffeine-injectie rond een uur of 3 ‘s nachts was ongetwijfeld niet gezond, maar het werkte wel. Terwijl ik op Marcus stond te wachten (die ook op dit tijdstip van de dag nog twee rondjes in sub-43 minuten er uit wist te gooien) begon het te miezeren. No biggy natuurlijk – het was tot dan toe vrijwel droog geweest. De koffie was nog niet helemaal aangeslagen toen ik half slapend in de wisseltent stond te wachten. “It’s only three hours a day – how hard can it be?” hoorde ik naast me, terwijl een grijnzende John me aan stond te kijken. Hij had gelijk – het is niet ‘maar drie uur per dag’, het is 5-6 keer volle bak een wedstrijd rijden – en we waren nog maar net over de helft. De moed zonk me wel een beetje in de schoenen...

De wisselzone in de nacht was echt hilarisch. Omdat je een lamp op je stuur hebt, ziet niemand nog wat je startnummer is en is het dus een geschreeuw van namen over en weer. Het grappigste om te zien waren de mensen wiens partner niet op tijd was. Toen ik er stond kwam een man van het veteranenteam van Torq aangereden: “DARREN! Darren?...” hij leunde op zijn fiets en keek een beetje beteutert om zich heen, gadegeslagen door een goede honderd frisse en schone rijders die staan te wachten op hun partner. Hij zucht nog een keertje en zegt: “Does anyone want to be Darren?” Britse humor, het werkt zelfs nog midden in de nacht. Onder luid applaus vertrok hij voor nog een rondje, terwijl Darren rustig verder sliep, tweehonderd meter verderop.



De lamp die ik geleend had had op volle powermodus een brandtijd van 1:20 uur, met twee rondjes van 45 zou ik dus tien minuten te kort komen. Een oplossing was om op de klimsecties de lamp uit te zetten – alleen denk je daar niet aan, als het midden in de nacht is, je alleen maar denkt aan terug naar bed gaan ook al duurt dat nog zeker twee uur, en het ook nog eens de eerste keer is dat je zoiets doet. Ik liet de lamp dus lekker branden. Voor de verandering hielp de massa toerders (hoewel velen of aan het slapen of aan het bieren waren) dit keer: er zat geen snelheid in, maar ze investeren wel in dikke lampen, dus zijn het een soort van semi-stationaire parcoursverlichters. De eerste ronde was gaaf: een klein beetje regen, maar een goed berijdbaar parcours. Vooral het stuk dat over de camping liep was heel gaaf, overal waren mensen aan het barbequen en er waren nog veel mensen om aan te moedigen. Op klassieke Bas-stijl ging ik de camping-klim op het buitenblad op, wat tot een “YEAH! Big ring! Go for it!” aanmoedingenreeks leidde. Nice!

Halverwege ronde een hield het op met zachtjes regenen. De eerste sectie van het parcours was ook in de steeds steviger wordende regen nog goed te rijden, maar de tweede helft (die begon met een klim van een mijl) werd steeds slechter en slechter. De tweede ronde moest ik steeds vaker van de fiets af, ook omdat mijn lamp steeds zwakker werd en het niet meer racen maar meer gokken en hopen werd. Hoe ik door de met een aanzienlijke hoeveelheid wortels bezaaide afdalingen ben gekomen weet ik niet, afgezien van een paar keer dwars op het parcours gestaan te hebben verliep het eigenlijk best goed. Wel deden mijn benen en eigenlijk mijn hele lichaam al behoorlijk veel pijn, alles voelt alsof je koorts hebt en je krijgt spierpijn en kramp in spieren waarvan je het niet verwacht. De eerste ronde verliep in een nette 45 minuten, de tweede in een barre 55 minuten – en dat was toch echt te langzaam, ik werd ingehaald door iemand van een ander teams (die overigens wel in de mixed categorie reed).

Het uitrijden beperkte ik dit keer tot het absolute minimum. Bij de Torq tent kreeg ik een bak soep met energiepoeder er door heen en wat brood, echt meer wilde er niet in. Ik heb nog een gelletje genomen en met veel pijn en moeite weggespoeld waarna ik weer mijn tent en slaapzak in ben gekropen. Ik had met Richard (die van mij steeds het polsbandje overnam) afgesproken dat hij nog twee rondes zou doen maar dat ik de anderen zou adviseren om naar een 1-ronde strategie te gaan. Richard stemde in, en ging op weg naar zijn slechtste ronde – 1:07, hij was duidelijk nog niet wakker aangezien zijn ronde er na in 53 minuten ging. Hier verloren we definitief de kans op het podium.

Richards’ opvolger ging weer als een speer. Terwijl ik uitgeput in mijn tentje lag, op zoek naar dromen en een lagere hartslag, reed hij twee uitzonderlijk goede rondes en namen we afstand van de nummer zes in het Elite klassement. Ondertussen bleef het maar regenen en regenen.

Om kwart over zes schrok ik wakker van mijn ‘je bent nu eigenlijk te laat’ alarm op mijn horloge. Zo snel als ik kon zocht ik een vers stel fietskleren bij elkaar en probeerde ik op te staan. De meest gruwelijke kramp schoot in mijn benen. Hoe zou ik nou ooit nog kunnen fietsen zo? Veel andere dingen doen dan liggen ging niet. Langzaam probeerde ik mijn benen te rekken en te strekken en na een paar minuten ging het weer. Ik kleedde me om en rende naar buiten waar tot mijn grote verbazing Marcus rustig een kopje koffie stond te drinken – terwijl ik verwachtte dat hij ondertussen zijn rondje aan het rijden was. Het bleek dat Richard en Ross (de nummer twee en de snelste van ons team) beiden twee rondes hadden gedaan in plaats van een, zodat ik nog bijna een uur de tijd had. Stress voor niks, maar ik was in ieder geval op tijd wakker.



De zware regen was opgehouden en was nu niet meer dan een beetje miezer. Nu het weer licht was, was goed te zien wat de schade was: de groene velden van zaterdag waren doorsneden door bruine stroken (inderdaad, afgebakend aan twee kanten met lintjes). Ik voelde me al weer wat beter: mijn benen en lichaam deden nog zat zeer, maar de hoofdpijn was wel wat gezakt. Uiteraard is anderhalf uur slaap na bijna 4 uur fietsen en 24 uur wakker zijn nog niet ideaal, maar het is beter dan niks. Ik gooide nog een powersoepje achterover, maakte mijn fiets schoon en ging op naar de wisselzone.

Marcus had een rondje in 47 minuten gereden waardoor we dichterbij nummer vier waren gekomen – dachten wij. Het bleek nu dat Marcus in de nacht zijn transponder was vergeten waardoor we in plaats van drie rondes maar 1 ronde hadden gekregen. Shit! Teamleider Matt ging naar de jury om dit recht te zetten en ik ging onderweg de modderbende in. Waar het de eerdere rondes nog goed te rijden was, was het nu knokken voor iedere meter. Je kon best je benen af en toe stil houden – je stond alleen wel binnen drie meter stil. Ook de toerders waren weer en masse het parcours op gekomen en zij maakten het nog lastiger om op de fiets te blijven: had je eindelijk een goed spoor, dan viel er wel eentje om, of begrepen ze niet dat ik met ‘On your left!” bedoelde dat ik er links langs wilde (eerlijk is eerlijk, ik schreeuwde ook eens drie keer ‘left – LEFT! LEFT!!” om er vervolgens rechts langs te gaan – de persoon die ik inhaalde herinnerde me er toen aan dat ik er toch echt niet links langs ging...). Deze ronde, waarin het vooral een kwestie was van zoeken naar rijdbare sporen, reed ik in 51 minuten. Niet slecht, maar ook niet goed – en ik voelde me nu echt, echt leeg.

Terug bij de tent besloot ik, na de krampaanval van eerder op de dag, om niet meer te gaan liggen maar een beetje meer actief te blijven. Omdat iedereen nu maar een ronde zou rijden, was ook de rusttijd een stuk korter en ik zou genoeg tijd nodig hebben om mijn fiets schoon te krijgen na het modderslagveld.

Weer een soepje en wat energierepen later stond ik klaar voor wat mijn laatste ronde zou worden. De singletracks van de eerste rondes waren nu metersbrede modderbanen geworden. Zelfs de zij-paadjes van mijn eerdere ronde waren nu compleet uitgewoond. Het toerderspeloton was aan het wandelen geslagen en liet diepe gaten achter in de bagger, wat het fietsen niet makkelijker maakte. Toch kon ik wel weer een beetje vrolijk zijn: het was mijn laatste ronde, ik had geen materiaalpech gehad en we lagen nog altijd vrij stevig op de vijfde plek. Deze ronde, mijn laatste voorlopig in een 24-uurs race, reed ik in 58 minuten. Na de finish moesten Richard en Ross nog door, maar ik was er echt, echt klaar mee, en ik had eindelijk wat tijd om een beetje rond te kijken, wat foto’s te maken en gewoon een beetje genieten van het aanwezig zijn op zo’n groot evenement.

Ik kon eindelijk de douche pakken waar ik al naar verlangde sinds zaterdagmiddag, ik kon weer wat eten (zij het met moeite) en ik kon de langskomende hopen modder bewonderen – zie de foto’s voor een impressie.

Richard had de smaak te pakken en reed de laatste twee rondes, zodat Ross niet meer de modder in hoefde te duiken. We eindigden als vijfde in de Elite Men’s categorie en als 10e overall, van de 600 teams. Het podium bestond uit team Scott UK op een, Team Rivette uit Denemarken op twee en Giant International op drie, bestaand uit twee Noren en Leon de Jong en Nieck Busser van Giant Nederland.



Nu, dinsdagavond, ben ik nog steeds niet echt hersteld. Het was een stuk zwaarder dan ik had verwacht – de zondagmiddag en ongeveer de hele maandag gingen in een waas van vermoeidheid voorbij, en opstaan vanochtend was ook geen feest. Toen Matt mij na afloop vroeg of ik het nog een keer zou doen zei ik dat ik als een gelukkig mens zou sterven als ik dit niet meer mee zou hoeven maken. Maar nu, twee nachten van lijden vergeten later denk ik: “mwah, it’s only three hours a day, how hard can it be, right?”

Bas de Bruin

Geplaatst door:  Ruben   10 reacties

© 1999-2008 Dirty Pages · Privacybeleid · Gebruiksvoorwaarden · Adverteren · Contact